Nadelige effecten van straffen

hond-straffenStraf kan in bepaalde gevallen effectief zijn, maar moet zorgvuldig worden gebruikt vanwege de moeilijkheid van het uitvoeren in vergelijking met positieve bekrachtiging en vanwege de mogelijke bijwerkingen. Het volgende is een beschrijving van de moeilijkheid en de nadelige effecten waar men zich bewust van moet zijn als men gebruikt maakt van straf (aversieve).

1. Het is moeilijk om op tijd te straffen.

Om de hond te laten begrijpen wat hij verkeerd doet, moet de straf goed (zo niet perfect!) getimed worden: terwijl het gedrag plaatsvindt, binnen 0,5 seconde, of ten minste voordat het volgende gedrag optreedt.

2. Straf kan het ongewenste gedrag te versterken.

speelautomatenOm een blijvende gedragsverandering te bewerkstelligen, moet telkens wanneer het ongewenste gedrag optreedt de straf worden toegediend. Als de hond niet elke keer wordt gestraft, dan worden de keren dat de hond niet gestraft wordt, eigenlijk beloningen. Bovendien zijn deze beloningen op basis van een variabel beloningsschema (inconsistent straf), dit zal er voor zorgen dat het ongewenste gedrag versterkt zal worden. Dit is een krachtig beloningsschema dat wordt gebruikt om het getrainde gedrag door middel van positieve bekrachtiging te onderhouden de hond weet dat de beloning uiteindelijk zal plaatsvinden, maar omdat hij niet weet welke tijd er tussen de beloning zit, zullen ze het gedrag blijven vertonen met de verwachting dat er uiteindelijk een beloning zal komen. De hond word dus hetzelfde beloont als gokkers die spelen op een speelautomaat.

3. De intensiteit van de straf moet hoog genoeg zijn.

Om de straf effectief te laten zijn, moet de intensiteit de eerste keer hoog genoeg zijn. Als de intensiteit niet hoog genoeg is, kunnen de dieren hieraan wennen (habituatie), zodat dezelfde intensiteit een volgende keer niet meer werkt. Vervolgens moet de eigenaar de intensiteit verhogen zodat de straf weer effectief wordt. Ongeacht wanneer het wordt toegediend, kan straf fysieke schade of angst veroorzaken wanneer het wordt gebruikt.

4. Straf kan lichamelijke schade veroorzaken wanneer het wordt toegediend bij een te hoge intensiteit.

Veel straffen kunnen fysieke schade toebrengen aan de hond. Slipkettingen kunnen de luchtpijp beschadigen, vooral bij honden met een instortende luchtpijp of een abnormale luchtpijp. In sommige gevallen kunnen ze het syndroom van Horner (beschadiging van de zenuwen van het oog) krijgen. Sommige honden, vooral kortschedelige rassen hebben plotselinge levensbedreigende longoedeem ontwikkeld, mogelijk als gevolg van de plotselinge obstructie van de bovenste luchtweg die leidt tot een snelle schommeling van de intrathoracale druk. Honden die gevoelig zijn voor glaucoom kunnen gevoeliger zijn voor de aandoening omdat de druk door halsband rond de hals de intraoculaire druk kan verhogen.

5. Ongeacht de intensiteit, kan straf bij sommige honden ertoe leiden dat ze extreem angstig worden, deze angst kunnen ze gaan generaliseren naar andere contexten.

Sommige straffen veroorzaakt geen fysieke schade en lijken misschien niet zo ernstig, maar de hond kan bang worden en deze angst kunnen ze gaan generaliseren naar andere contexten. Zo kunnen sommige honden waar een citronella of elektronische halsband gebruikt zijn, waar vooraf een toon te horen was, angstig reageren wekkers, rookdetectoren of eierwekkers.

6. Straf kan zelfs leiden tot agressief gedrag.

Er is aangetoond dat het straffen van een dier de kans op agressief gedrag in veel diersoorten verhoogt. Bij dieren waar de straf niet onmiddellijk het gedrag onderdrukt wordt kan het escaleren tot het punt waarop ze agressief worden om aan de straf te kunnen ontkomen. Dieren die al agressief gedrag vertonen zullen eerder agressief gedrag vertonen als deze gestraft worden.

7. Straf kan gedrag onderdrukken, inclusief de gedragingen die waarschuwen dat hij op het punt staat te bijten.

Bij effectief gebruik, kan straf het gedrag van angstige of agressieve dieren onderdrukken, maar het kan niet het onderliggende gedrag veranderen. Het kan dus niet het onderliggende probleem aanpakken. Bijvoorbeeld, indien deze dieren agressie vertonen uit angst, dan zal het gebruik van straf de angstige reactie stoppen, echter zal het de hond meer angstig maken en tegelijkertijd de uiterlijke tekenen van angst onderdrukken of maskeren. Zodra het dier haar angst niet meer kan onderdrukken, kan het dier plotseling handelen met verhoogde agressie en zal minder tekenen geven van dreigende agressie. Met andere woorden, het dier kan nu aanvallen zonder waarschuwing.

8. Straf kan leiden tot een verkeerde associatie.

Ongeacht de intensiteit van de straf kan straf ervoor zorgen dat dieren een negatieve associatie maken met de persoon en/of de omgeving waarin de straf wordt gebruikt. Bijvoorbeeld, wanneer straf wordt gebruikt voor het trainen van honden die komen als ze worden geroepen, kunnen de honden leren langzaam te komen (of ineenkrimpen bij het naderen) in plaats van snel terug te keren naar de eigenaren alsof ze ervan genieten. Of als straf wordt gebruikt tijdens gehoorzaamheid training of agility training, kunnen honden de oefeningen uitvoeren met gebrek aan enthousiasme. Deze negatieve associatie is duidelijk te zien wanneer de hond meteen energiek wordt zodra de oefening voorbij is en het is toegestaan om te spelen. Huisdieren zijn niet de enigen die een negatieve associatie kunnen ontwikkelen tijdens dit proces. Eigenaren kunnen ook een negatieve associatie ontwikkelen. Wanneer eigenaren gebruik maken van straf zijn ze vaak boos, door de straf zal de boosheid bij de eigenaar afnemen waardoor de eigenaar waarschijnlijk steeds vaker de straf zal gebruiken om zijn eigen boosheid te laten afnemen. Zij kunnen er een gewoonte van maken om steeds boos te worden op hun huisdier, omdat deze zich “misdraagt” ondanks de straf die ze telkens toedienen. Dit kan de band met hun huisdier beschadigen.

9. Straf leert het dier niet het gewenste gedrag aan.

Eén van de belangrijkste problemen met straf is dat het niet het ongewenst gedrag aanpakt omdat het opzettelijk of onopzettelijk bekrachtigt is. De eigenaar kan het slechte gedrag soms bestraffen, terwijl het ongewenst gedrag op andere momenten per ongeluk wordt bekrachtigt. Vanuit de hond bekeken, is de eigenaar inconsistent en onvoorspelbaar. Deze eigenschappen kunnen de band met het huisdier belemmeren. Een geschikte aanpak voor het oplossen van problemen is de focus te leggen op het gewenste gedrag en dit te bekrachtigen. Eigenaren moeten bepalen wat de bekrachtigen van het ongewenst gedrag is, ze moeten deze bekrachtiging verwijderen, en een alternatief gewenst gedrag bekrachtigen. Dit leidt tot een beter begrip waarom dieren zich gedragen zoals ze doen en leidt tot een betere relatie met het dier.

Reacties